

Van certificering naar vakmanschap: de Product Owner Gym bij de Belastingdienst.
Dat Product Owners een certificering volgen, is binnen veel organisaties inmiddels vanzelfsprekend. Scrum, SAFe en andere Agile-methoden zijn breed ingeburgerd


Leestijd
In veel grote organisaties wordt verandering nog steeds georganiseerd alsof het een tijdelijk project betreft. Er is een duidelijk beginpunt, een uitgewerkt plan, een programmatische structuur met bijbehorende deliverables en uiteindelijk een moment waarop de verandering formeel als afgerond kan worden beschouwd. De impliciete aanname is dat de organisatie daarna terugkeert naar een nieuwe vorm van stabiliteit.
Die aanname staat echter steeds vaker onder druk. Marktdynamiek versnelt, technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en klantverwachtingen verschuiven continu. Tegelijkertijd bewegen interne organisatiestructuren mee, soms doelbewust, maar vaak ook reactief. Wat voorheen een uitzonderlijke situatie was, begint in veel sectoren het nieuwe normaal te worden: verandering manifesteert zich niet langer als een fase, maar als een blijvende toestand.
Precies op dat punt begint het klassieke “veranderdenken” te wringen.
Wanneer verandering structureel wordt, verliest ook het traditionele model van leren zijn vanzelfsprekendheid. Leren kan dan niet langer worden georganiseerd als een eenmalige interventie aan het begin van een traject of als evaluatiemoment achteraf. Het moet onderdeel worden van het dagelijkse werk, van besluitvorming en van de manier waarop teams samenwerken en experimenteren.
Veel organisaties zijn hier echter nog beperkt op ingericht. Zij beschikken doorgaans over robuuste projectstructuren, uitgewerkte governance voor programma’s en uitgebreide rapportagecycli voor voortgang. Wat vaak ontbreekt is een duurzame infrastructuur die collectief leren daadwerkelijk faciliteert.
Zonder zo’n infrastructuur ontstaat een voorspelbaar patroon. Inzichten blijven lokaal binnen teams, ervaring verdwijnt wanneer samenstellingen wijzigen en vergelijkbare fouten worden op meerdere plekken opnieuw gemaakt. Vooruitgang wordt daardoor fragmentarisch ervaren, zelfs wanneer afzonderlijke initiatieven op zichzelf succesvol zijn. Het probleem ligt dan zelden bij de bereidheid van professionals om te leren, maar eerder bij een systeem dat dit leren onvoldoende ondersteunt.
Tegen deze achtergrond is de afgelopen jaren een interessante ontwikkeling zichtbaar geworden, vaak buiten de formele organisatie-inrichting om. Professionals zoeken elkaar steeds vaker op over afdelingen, organisatiegrenzen en soms zelfs sectoren heen. Niet primair vanuit een opgelegde opdracht, maar vanuit een gedeelde behoefte om vraagstukken beter te doorgronden.
In die interacties ontstaat een netwerk waarin kennis sneller circuleert, ervaringen worden gespiegeld en nieuwe handelingsopties zich eerder aandienen dan binnen de formele besluitlijnen gebruikelijk is. Dit soort netwerken wordt vaak aangeduid als community, al dekt die term niet altijd volledig de lading van wat er feitelijk gebeurt.
De betekenis ervan reikt namelijk verder dan alleen verbinding of kennisdeling. In organisaties waar deze netwerken volwassen worden, fungeren zij steeds vaker als een dragende structuur voor continue ontwikkeling. Niet gebaseerd op systemen of processen, maar op duurzame interactie tussen professionals.
Het is belangrijk om dit fenomeen niet te simplificeren als vervanging van bestaande interventievormen. Training en consultancy blijven in veel situaties waardevol, en in sommige contexten onmisbaar. Wat wel verandert, is hun relatieve positie binnen het bredere veranderlandschap.
Waar trainingen kennisoverdracht organiseren en consultancy vaak richting of oplossingen aandraagt binnen een afgebakende periode, ontwikkelen peer-netwerken zich door terwijl het werk doorgaat. Daardoor verschuift de functie van kennis: minder als overdraagbaar pakket en meer als iets dat zich ontwikkelt in voortdurende dialoog.
Voor organisaties die opereren in omgevingen met permanente verandering wordt dit onderscheid relevanter. Niet omdat klassieke interventies verdwijnen, maar omdat zij steeds vaker onderdeel worden van een bredere leerinfrastructuur in plaats van het primaire vehikel voor verandering.
Wanneer collectief leren een structurelere rol krijgt, heeft dat merkbare gevolgen voor leiderschap en governance. De verwachting dat richting vooraf volledig kan worden uitgedefinieerd komt onder druk te staan. In plaats daarvan verschuift de nadruk geleidelijk naar het faciliteren van condities waarin teams sneller kunnen leren en bijstellen.
Voor leiders betekent dit dat het minder gaat om het geven van definitieve antwoorden en meer om het organiseren van scherpere vragen, het verbinden van perspectieven en het creëren van psychologische en organisatorische ruimte om te experimenteren. Besluitvorming verdwijnt daarmee niet, maar wordt vaker gebaseerd op voortschrijdend inzicht in plaats van op veronderstelde zekerheid.
Dat vraagt om een andere balans tussen controle en vertrouwen. Niet als ideologisch uitgangspunt, maar als praktische aanpassing aan een werkelijkheid waarin voorspelbaarheid structureel afneemt.
Opvallend is dat veel van deze netwerken klein en informeel beginnen: een groep professionals die elkaar periodiek opzoekt, een terugkerende uitwisseling rond gedeelde vraagstukken of een praktijkcommunity rond een specifiek domein. Zelden ontstaat dit vanuit een groots opgezet strategisch programma.
Juist die organische oorsprong lijkt vaak bij te dragen aan de effectiviteit. Tegelijkertijd groeit in organisaties waar dergelijke netwerken volwassen worden het besef dat hier iets ontstaat wat moeilijk te vervangen is via formele structuren alleen: een duurzaam mechanisme om collectief leervermogen te versterken.
Daarmee verschuift de status van dergelijke initiatieven geleidelijk. Wat aanvankelijk als aanvullend werd gezien, krijgt steeds vaker een meer structurele betekenis binnen de veranderstrategie van organisaties.
Het is nog te vroeg om te stellen dat deze verschuiving overal even ver is doorgevoerd. In veel organisaties bevindt zij zich nog in een experimentele fase en is de inbedding in governance en strategie beperkt. Tegelijkertijd zijn de signalen consistent: professionals zoeken elkaar vaker op buiten formele lijnen, en organisaties die deze dynamiek weten te faciliteren, lijken zich sneller aan te passen aan veranderende omstandigheden.
De komende jaren zal waarschijnlijk duidelijker worden in hoeverre peer-gedreven leerstructuren een vaste plaats krijgen naast bestaande verandermechanismen. Wat nu al zichtbaar is, is dat organisaties die uitsluitend blijven vertrouwen op programmatische verandering het risico lopen achter te blijven bij de snelheid waarmee hun omgeving zich ontwikkelt.
De meest relevante vraag verschuift daarmee mogelijk van hoe verandering zo beheerst mogelijk kan worden uitgerold, naar hoe organisaties hun collectieve leervermogen structureel kunnen versterken.
Of community-achtige netwerken uiteindelijk de status krijgen van volwaardige veranderinfrastructuur zal per organisatie verschillen. Maar dat zij een steeds zichtbaardere rol spelen in hoe professionals omgaan met voortdurende verandering, lijkt inmiddels moeilijk te ontkennen.
Op zoek naar sparring, perspectief en praktische uitwisseling? Sluit je aan bij de Connected Community en blijf samen met anderen bouwen aan scherper denken en betere keuzes.
Artikel delen


Dat Product Owners een certificering volgen, is binnen veel organisaties inmiddels vanzelfsprekend. Scrum, SAFe en andere Agile-methoden zijn breed ingeburgerd


Door Nico Schellingerhout en Jeroen Jan Elzinga Agile. Een woord dat ooit transformatie beloofde, maar tegenwoordig vaak met cynisme wordt


Een samenvatting van de webinar: Strategisch portfolio management: wat organisaties kunnen leren van Silicon Valleys VC’s van 17 juni 2026.


Verandering hoeft niet zwaar of ingewikkeld te zijn. Met de juiste focus, energie en begeleiding ontstaat er ruimte, richting en resultaat.
Wij denken graag met je mee.